Onder impuls van federaal Minister van Klimaat Jean-Luc CRUCKE, gaat België zijn grondgebied in kaart brengen en de bodem onderzoeken op zoek naar witte waterstof
De recente ontdekking in Frankrijk van een gigantisch natuurlijk reservoir — geschat op 34 miljoen ton, ofwel het equivalent van 14 jaar elektriciteitsverbruik in België — heeft het besef van het potentieel van witte waterstof versneld. In tegenstelling tot industriële waterstof is witte waterstof van nature aanwezig in de ondergrond, waardoor het een potentieel overvloedige, lokale energiebron met een kleine ecologische voetafdruk is, aangezien er geen energiebron nodig is voor de omzetting ervan. Uit de eerste analyses, die de afgelopen dagen veel aandacht hebben gekregen in de Frans-Belgische pers, blijkt dat dit veld zich zou kunnen uitstrekken tot op Belgisch grondgebied.
In deze context, en na meer dan tien maanden werk aan dit dossier, heeft federaal Minister van Mobiliteit en Klimaat, Jean-Luc Crucke, vandaag in de Ministerraad een nota voorgesteld die tot doel heeft de nodige kredieten vrij te maken voor de lancering van een nationaal exploratieprogramma. Deze stap vormt een essentiële voorwaarde: hierdoor kunnen de nodige middelen worden ingezet om het potentieel van de ondergrond in kaart te brengen, veelbelovende gebieden te identificeren en, indien nodig, de basis te leggen voor toekomstige exploitatie
Voor deze eerste fase, die wordt toevertrouwd aan de Geologische Dienst van België, wordt een budget van 1,5 miljoen euro uit de ETS1-inkomsten vrijgemaakt, met een verwachte evaluatie binnen twee jaar. Dit programma past in een stapsgewijze aanpak, waarbij wetenschappelijke cartografie en exploratie worden gecombineerd om de onzekerheden te verminderen en het werkelijke potentieel van deze hulpbron objectief vast te stellen. Ook Europese middelen zouden dit ambitieuze project kunnen ondersteunen.
Deze beslissing is ook het resultaat van een persoonlijke overtuiging. Tien maanden geleden geloofden maar weinigen erin. Toch koos Jean-Luc Crucke ervoor om deze mogelijkheid te verkennen, in de overtuiging dat bepaalde kansen zich maar één keer voordoen.
“Tien maanden geleden werd er tegen mij over witte waterstof gesproken alsof het een utopie was. Vandaag is het een strategische opportuniteit die we weliswaar voorzichtig, maar ook doelgericht en ambitieus moeten benutten”, benadrukt de Minister. “In een onzekere geopolitieke context telt elke lokale energiebron.”
Hoewel er nog veel onzekerheden zijn — zowel wat betreft de aanwezigheid als de exploitatie — gaat de Minister deze uitdaging aan: “Grote transities starten steeds met moedige en gedurfde beslissingen. Dit zou ons energie- en industriemodel blijvend kunnen veranderen, en dat is in ieder geval waar ik op gok”
Maar Minister Crucke herhaalt het met evenveel overtuiging: Deze opportuniteit mag ons niet doen vergeten wat echt belangrijk is. Transitie komt niet neer op het vervangen van de ene energiebron door een andere. De crises op het gebied van biodiversiteit en ontbossing, en onze afhankelijkheid van kritieke grondstoffen, vragen om een meer ingrijpende transformatie van onze modellen, en daar zet ik me ook voor in, met name op internationaal niveau”
En tot slot: “Het is een globale aanpak die we samen moeten ontwikkelen: een transitie op energie-, economisch en ecologisch vlak, die tegelijkertijd een antwoord biedt op de uitdagingen op het gebied van klimaat, milieu en soevereiniteit. “