Brand in de Hoge Venen: Jean-Luc Crucke roept op om “te anticiperen in plaats van te ondergaan” en wil de rol van de wetenschap bij de preventie van klimaatrisico’s versterken
Terwijl de brand in de Hoge Venen nog steeds aanzienlijke menselijke en materiële middelen vereist, wil federaal minister van Klimaat, Mobiliteit en Ecologische Transitie, Jean-Luc Crucke, bovenal zijn volledige solidariteit betuigen met de getroffen bevolking, alsook met alle brandweerlieden, reddingsdiensten, autoriteiten en vrijwilligers die ter plaatse zijn ingezet.
Zolang de brand nog niet volledig onder controle is, moeten het crisisbeheer, de bescherming van de bevolking en de ondersteuning van de mannen en vrouwen op het terrein de absolute prioriteit blijven.
Een klimaatrisico dat niet langer theoretisch is
De omvang van deze brand moet worden gezien in de context van de klimaatverandering, die de risico’s waarmee België wordt geconfronteerd, verandert. De klimaatverandering zorgt met name voor meer hittegolven en droogteperiodes, die de ontwikkeling en verspreiding van vegetatiebranden kunnen bevorderen. Het CERAC stelt overigens een toename vast van dit risico in België.
Minister Crucke had ruim een jaar geleden de bevindingen van het CERAC al aan de betrokken autoriteiten doorgegeven en een interfederale discussie op gang gebracht over de aanpassing aan extreme weersomstandigheden. Deze aanpak past in het kader van het federale regeerakkoord, dat uitdrukkelijk voorziet in een interfederaal plan ter zake om het overheidsoptreden beter te coördineren in het licht van risico’s die niet ophouden bij institutionele grenzen.
In maart 2026 heeft de federale regering, op voorstel van de minister, bovendien 850.000 euro extra vrijgemaakt om het project FIRE4BE te financieren. Dit moet België in staat stellen om vegetatiebranden beter te voorkomen en erop te anticiperen, met name dankzij een nationale database, het modelleren en in kaart brengen van risico’s, het verbeteren van de detectie- en waarschuwingscapaciteiten en het analyseren van de gevolgen voor de gezondheid, de hulpdiensten en kritieke infrastructuur.
Een eerste proeffase van het brandverspreidingsmodel is al operationeel en wordt ingezet in het kader van het brandbeheer in de Hoge Venen.
Na de crisis: analyseren om ons beter voor te bereiden
Zodra de brand onder controle is, zal Jean-Luc Crucke het Nationaal Crisiscentrum vragen een grondige evaluatie uit te voeren van het Belgische systeem voor het anticiperen op en het beheer van dit soort gebeurtenissen.
Het doel is om vast te stellen wat goed heeft gewerkt en wat er moet worden verbeterd, met name op het vlak van preventie, informatieverspreiding, coördinatie tussen de verschillende overheidsniveaus, waarschuwingssystemen en operationele capaciteiten.
"Na elke ramp is het makkelijk om binnen vierentwintig uur te ontdekken wat er al twintig jaar geleden had moeten gebeuren. Ik geef de voorkeur aan een andere aanpak: naar de feiten kijken, naar de deskundigen luisteren, analyseren wat er is gebeurd en dan pas een besluit nemen.”
De minister wil tevens dat het CERAC stelselmatig wordt betrokken bij relevante werkzaamheden op het vlak van nationale veiligheid wanneer deze betrekking hebben op risico’s die door de klimaatverandering kunnen worden verergerd. Het doel is om klimaatexpertise weer centraal te stellen in de risicoanalyse waarop het land zich moet voorbereiden.
“Het klimaatrisico mag niet meer beschouwd worden als een marginaal risico. Het moet volledig worden geïntegreerd in onze structuur voor preventie, anticipatie en crisisbeheer.”
De rol van het KMI versterken: van voorspelling naar anticipatie
Deze ontwikkeling maakt deel uit van het bredere project voor de hervorming van het klimaatbeleid, zoals vastgelegd in het federale regeerakkoord, waaraan Jean-Luc Crucke al enkele maanden werkt.
Na de zomervakantie zal de minister zijn partners voorstellen om te onderzoeken welke rol het Koninklijk Meteorologisch Instituut in deze nieuwe structuur zou kunnen spelen, teneinde de meteorologische en klimaatexpertise beter te integreren in de anticipatie van de risico’s en de beleidsvorming.
Het KMI beperkt zich namelijk niet tot de dagelijkse weersvoorspellingen. Haar expertise op het gebied van meteorologie en klimatologie vormt een essentieel instrument om te anticiperen op extreme weersomstandigheden, de risico’s daarvan in te schatten en de autoriteiten in staat te stellen hun reactie beter voor te bereiden. Verschillende landen hebben overigens al de banden versterkt tussen hun meteorologische diensten en hun systemen voor waarschuwingen, veerkracht en crisisbeheer.
“Het KMI doet meer dan alleen voorspellen wat voor weer het morgen wordt. In België beschikken we over wetenschappelijke expertise van zeer hoog niveau. Ik wil onderzoeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat deze kennis over risico’s eerder in de publieke besluitvormingsketen wordt ingebracht. Gezien de extreme weersomstandigheden moet een betere voorspelling ons in staat stellen om beter voor te bereiden, en door beter voor te bereiden kunnen we ons beter beschermen. “
Volgens Jean-Luc Crucke weerspiegelt deze ontwikkeling een noodzakelijke paradigmaverschuiving: gezien de toename van extreme weersverschijnselen is de meteorologie niet langer alleen een instrument voor voorspellingen, maar wordt ze ook een instrument voor anticipatie, veerkracht en veiligheid.
Aanpassen zonder af te zien van maatregelen die de oorzaken aanpakken
Het versterken van de aanpassing betekent uiteraard niet dat we de mitigatie moeten opgeven. Beide beleidslijnen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: België moet zich voorbereiden op de gevolgen van de klimaatverandering die nu al onvermijdelijk zijn, en tegelijkertijd doorgaan met het terugdringen van de uitstoot om te voorkomen dat deze steeds verder toeneemt.
Het is precies deze lijn die Jean-Luc Crucke op internationaal niveau zal blijven verdedigen, met name in de discussies over de transitie weg van fossiele brandstoffen.