Belgische spoorwegen: Samen de toekomst van de sector voorbereiden
Naar aanleiding van de ontmoeting die vandaag heeft plaatsgevonden met de vakorganisaties van het spoor wil federaal Minister van Mobiliteit, Jean-Luc Crucke, benadrukken dat de gesprekken zeer constructief zijn verlopen en dat er een gezamenlijke wil bestaat om opnieuw een solide, duurzame en op de uitdagingen van de toekomst gerichte sociale dialoog tot stand te brengen binnen de daarvoor voorziene organen van de spoorwegmaatschappijen en tussen de directies en de vertegenwoordigers van de vakorganisaties.
Deze vergadering verliep, net als alle voorgaande, in een sfeer van wederzijds luisteren. Er zal binnenkort een nieuwe vergadering georganiseerd worden, uitgebreid met de CEO’s van NMBS, Infrabel en met de directeur-generaal van HR Rail om deze werkzaamheden verder te zetten in een kader waarin alle belanghebbenden op het gebied van het Belgische spoorwegbestuur vertegenwoordigd zijn.
De Minister heeft herhaald dat de hervormingen waarover de Regering heeft beslist noodzakelijk blijven om de werking van het spoor te moderniseren, het beheer van de human resources aan te passen en de sector voor te bereiden op de komende Europese evoluties (liberalisering in 2032).
Naast de actuele onderwerpen waren de Minister en de vakbondsvertegenwoordigers het eens over de nood om een strategisch discussieplatform op te stellen over de plaats van het spoor in de samenleving van morgen. Dit orgaan zal als taak hebben een toekomstgericht overleg op gang te brengen over de grote structurele uitdagingen van de sector: de evolutie van de openbare dienstverlening, maatschappelijke verwachtingen, investeringen, concurrentievermogen en de voorbereiding op de geleidelijke openstelling van de Europese spoorwegmarkt.
De Minister en de vakorganisaties hebben daarbij blijk gegeven van een gezamenlijke vastberadenheid: alles in het werk stellen om een sterke NMBS te behouden, die in staat is om toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden, een hoog niveau van openbare dienstverlening te waarborgen en haar positie te verdedigen in een veranderende omgeving.
Tot slot herinnerde de Minister er nog aan dat “aangezien het spoor een essentieel vervoermiddel blijft voor de burgers, in een context waarin de energiekosten een gevoelig punt zijn, het beschikken over een betrouwbare, efficiënte en toegankelijke trein een belangrijk element blijft van het dagelijks evenwicht van talrijke huishoudens. Het is dan ook aan deze concrete behoefte dat de hervormingen die ik voor de sector doorvoer, beantwoorden.”